DIT IS GESCHREVEN OP 23/07/2010 EN GEPLAATST IN RUBRIEK: South Australia, Australia, Victoria, Australia
Ik ben waardeloos als het gaat om iedereen op de hoogte houden. Ik weet dat ik de meeste al via de mail op de hoogte houd, maar ik weet zeker dat er ook andere mensen out there nieuwsgierig zijn hoe het met me gaat, waar ik ben, wat ik al gedaan heb en wat er nog op de planning staat voor mijn laatste 3 weken Australië. Hm-hm, vandaag 3 weken Australië over. Het voelt heerlijk, maar tegelijkertijd ook wel een klein beetje vreemd, hoor. Ik kan hier vooral mezelf zijn, en ik ben zo vrij als een vogeltje. Inmiddels ben ik weer met mijn backpack op mijn rug vertrokken. Zwaar was mijn backpack wel, maar ik kon er gemakkelijk een halfuur mee lopen.
Lascelles, het plaatsje waar ik voor een paar maanden als bartender werkte, ligt nu ver achter me en ik type dit nu in de State Library of South Australia, in Adelaide. Vooral het werken in een country pub was ontzettend gaaf. Ik kan het denk ik wel de beste ervaring van Australië noemen, ondanks ik Internetloos en Telefoonloos was en ik dagen had waarop het even niet lekker meer ging. Ik kan zeggen dat ik de echte Aussies ontmoet heb, en niet de Aussies die je tegenkomt op de plekken waar veel toeristen komen. Echte Aussie farmers, dat waren ze en zij konden drinken. Ze werkten van 6 uur ‘s ochtends, tot midden in de nacht. Tussendoor kwamen ze bij mij een biertje drinken, en dan was het na liters bier weer terug op de tractor. ‘No worries, darls’, kreeg ik te horen nadat ik ze met ongeloof aankeek. ‘Zorg er dan wel voor dat je veilig thuis komt,’ dacht ik nog.
Lascelles, een plaatsje in de middle of fucking nowhere. Zo noem ik het. Het heeft misschien 40 inwoners in totaal. Mocht je boodschappen willen doen, dan pakte je de auto en reed je voor 2 uur noordelijk. Daar kwam je uit in Swan Hill, voor ons waarschijnlijk nog steeds een klein plaatsje. Lascelles is dus erg klein, omringt door farmland. Het farmland was oranje/bruin toen ik daar begon met werken. Toen ik het verliet was het een en al groen. Voor heel eventjes leek het Nederland wel, maar dan heuvelig. Ik heb ontzettend lieve mensen ontmoet. In totaal maakte ik 40 tot 50 uur per week en deed ik extra klusjes als een website fixen voor een local. In mijn vrije tijd liep ik door de weilanden met mijn camera en muziek in mijn oren. Niet altijd, hoor. Het mag dan wel aan de rand van de woestijn liggen, maar koud kon het ook worden.
Naast Lascelles, heb ik ook in Ultima en Patchewollock gewerkt. Deze pubs waren ook van de mensen waarvoor ik werkte. Zo kreeg ik de kans om verschillende farmers te ‘ontmoeten’. De mensen uit Ultima, waar ik in een spookhotel gelogeerd heb, waren vooral erg sleezy, en in Patchewollock waren ze ook niet altijd erg aardig. Het duurde trouwens ook niet lang voordat ik mijn nickname kreeg. Wally, mijn (nu ex-) baas, kon mijn naam niet onthouden, dus kreeg ik op mijn eerste dag al Dutchy als nickname. In Ultima vonden ze het ook leuk om iedereen een nickname te geven, dus daar duurde het ook niet lang: Juicey Joyce. Vraag me niet waarom…


Hahah super grappig, die nicknames. Juicey Joyce :p maybe you dont wanna know.. Leuk om te horen over je verhalen. Ik houd je natuurlijk bij op Facebook maar het is fijn om eens zon overall-verhaaltje te lezen.
Geniet van je laatste drie weken. <3 Als je terug komt, is het zomer.
Hihi, weer leuk geschreven Juicey Joyce! <3